De invloed van beleggingskeuzes op vermogensbeheerkosten

  • Print
  • Connect
  • Email
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
Door Marcel Kruse | 18 september 2019

In eerdere blogs over vermogensbeheerkosten van pensioenfondsen concludeerden wij dat de omvang van het vermogen van een pensioenfonds geen invloed heeft op de hoogte van de vermogensbeheerkosten en dat uit de cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) geen directe relatie is af te leiden tussen hogere kosten en meer rendement. De vraag die in deze blog centraal staat is: waar betalen pensioenfondsen met hogere kosten dan meer voor? In deze blog gaan wij op zoek naar het antwoord op deze vraag.

Onderzoeksmethodiek

Op basis van de vermogensbeheerkosten van pensioenfondsen zoals gepubliceerd door DNB over de periode 2015 tot en met 2017 zijn tien pensioenfondsen geselecteerd: vijf pensioenfondsen met de hoogste vermogensbeheerkosten (groep hoge kosten) en vijf pensioenfondsen met de laagste vermogensbeheerkosten (groep lage kosten). Deze groepen hebben wij met elkaar vergeleken op basis van een viertal beleggingskeuzes, namelijk:

1. Uitbesteding werkzaamheden aan een fiduciair manager

2. Actieve of passieve beleggingsstrategie

3. Verschillen in beleggingsallocatie

I. Percentage zakelijke waarden versus percentage vastrentende waarden

II. Percentage aandelen opkomende markten versus aandelen ontwikkelde markten

III. Allocatie naar alternatieve beleggingen

4. (Niet) op maat gemaakte uitvoering ESG-beleid

Een uitgebreide beschrijving van de onderzoeksmethodiek staat in het kader onderaan deze blog.

Keuze 1: Uitbesteding werkzaamheden aan een fiduciair manager

De pensioenfondsen in de groep met de laagste vermogensbeheerkosten hebben geen van alle werkzaamheden uitbesteed aan een fiduciair manager. Dit in tegenstelling tot de pensioenfondsen in de groep met de hoogste kosten. Zij maken, op één fonds na, gebruik van de diensten van een fiduciair manager.

Keuze 2: Actieve of passieve beleggingsstrategie

Van de pensioenfondsen in de groep met de laagste vermogensbeheerkosten laten vier van de vijf pensioenfondsen hun vermogen passief beheren. Eén pensioenfonds in deze groep laat haar vermogen deels actief beleggen. Dit fonds heeft de hoogste vermogensbeheerkosten van de groep met de laagste kosten. Voor de pensioenfondsen in de groep met de hoogste vermogensbeheerkosten geldt het tegenovergestelde: op één fonds (dit fonds maakt geen vermelding in het jaarverslag van actief of passief beleggen) na laten de pensioenfondsen in deze groep het vermogen actief beheren.

Keuze 3: Verschillen in de beleggingsallocatie

Tussen de groep met de laagste vermogensbeheerkosten en de groep met de hoogste vermogensbeheerkosten bestaan geen éénduidige verschillen in het percentage zakelijke waarde versus het percentage vastrentende waarden. Dit geldt ook voor het percentage aandelen in opkomende markten versus het percentage aandelen in ontwikkelde markten.

Voor de allocatie naar alternatieve beleggingen zijn wel verschillen te onderscheiden. De pensioenfondsen in de groep met de laagste vermogensbeheerkosten hebben, op twee pensioenfondsen na, geen alternatieve beleggingen. De twee pensioenfondsen in deze groep die wel een allocatie naar alternatieve beleggingen hebben, hebben vergeleken met de groep pensioenfondsen met de hoogste vermogensbeheerkosten minder belegd (7% - 12%) in deze beleggingscategorie. De pensioenfondsen in de groep met de hoogste vermogensbeheerkosten hebben, op één pensioenfonds na, allemaal alternatieve beleggingen. Het percentage alternatieve beleggingen in deze populatie varieert tussen de 14% en 24% en ligt een stuk hoger dan in de groep met de laagste vermogensbeheerkosten.

Keuze 4: (Niet) op maat gemaakte uitvoering ESG-beleid

In de groep pensioenfondsen met de laagste kosten hebben alleen de twee grootste pensioenfondsen, beide met een belegd vermogen van meer dan Eur 20 mrd, een op maat gemaakt ESG-beleid. De pensioenfondsen in de groep met de hoogste vermogensbeheerkosten hebben alle een op maat gemaakt ESG-beleggingsbeleid.

Conclusie

Op basis van de jaarverslagen van de tien geselecteerde pensioenfondsen zien wij de volgende overeenkomsten en verschillen tussen de pensioenfondsen met de hoogste en de laagste vermogensbeheerkosten.

Tabel 1: de overeenkomsten en verschillen tussen de groep met de laagste vermogensbeheerkosten en de groep met de hoogste vermogensbeheerkosten

  Groep pensioenfondsen met de laagste kosten Groep pensioenfondsen met de hoogste kosten
Fiduciair Manager Nee (0%) Ja (80%)
Actief beleggingsbeleid Nee (20%) Ja (80%)
Alternatieve beleggingen Nee (40%) Ja (80%)
Op maat gemaakt ESG-beleid Nee (40%) Alleen pensioenfondsen met vermogen >20mrd Ja (100%)

De overeenkomsten en de verschillen tussen de groep met de hoogste en de laagste vermogensbeheerkosten zijn wat ons betreft éénduidig. Pensioenfondsen in de groep met de hoogste kosten maken gebruik van een fiduciair manager, hebben vaker een actieve beleggingsstrategie, een hoger percentage alternatieve beleggingen en een op maat gemaakt ESG-beleid. Voor pensioenfondsen in de groep met de laagste vermogensbeheerkosten geldt in de meeste gevallen het tegenovergestelde.

Hieruit zou je kunnen afleiden dat een fiduciair manager, een actief beleggingsbeleid, alternatieve beleggingen en een op maat gemaakt ESG-beleid de vermogensbeheerkosten van een pensioenfonds verhogen. Deze conclusie dient echter wel met enige voorzichtigheid te worden getrokken aangezien wij niet hebben onderzocht hoeveel de keuze voor bijvoorbeeld een fiduciair manager heeft bijgedragen aan de totale vermogensbeheerkosten. In een vervolgonderzoek is het interessant om te onderzoeken welke beleggingskeuze de grootste bijdraagt heeft aan de totale vermogensbeheerkosten.

Onderzoeksmethodiek

Op de website van DNB zijn gegevens van onder toezicht staande instellingen beschikbaar, waaronder de vermogensbeheerkosten van individuele Nederlandse pensioenfondsen. Op basis van een (samengestelde) rangschikking over de jaren 2015, 2016 en 2017, hebben wij de vijf pensioenfondsen met de laagste vermogensbeheerkosten en de vijf pensioenfondsen met de hoogste vermogensbeheerkosten geselecteerd en gegroepeerd. De samengestelde rangschikking hebben wij op de volgende wijze bepaald. Stap 1: selecteer voor alle drie de jaren de 5 fondsen die bovenaan staan (top 5) en de 5 fondsen die onderaan staan. Stap 2: selecteer de fondsen die in twee van de drie jaar in de top 5 staan en de fondsen die in twee van de drie jaar tot de onderste 5 horen. Stap 3: selecteer de fondsen die eenmalig in de top 5 staan en de fondsen die eenmalig tot de onderste 5 horen. Gebruik hierbij als selectiecriterium het % vermogensbeheerkosten. Het pensioenfonds met het laagste/hoogste percentage wordt voor de bottom/top 5 geselecteerd.

In totaal zijn dit tien pensioenfondsen waarvan vijf pensioenfondsen onderdeel uitmaken van de groep met laagste vermogensbeheerkosten en vijf pensioenfondsen onderdeel uitmaken van de groep met de hoogste vermogensbeheerkosten.

Wij hebben de jaarverslagen van deze tien pensioenfondsen nader bestudeerd om de overeenkomsten en de verschillen tussen de pensioenfondsen te identificeren. Om de jaarverslagen op uniforme wijze te beoordelen hebben wij vier beleggingskeuzes opgesteld:

1. Uitbesteding werkzaamheden aan een fiduciair manager

2. Actieve of passieve beleggingsstrategie

3. Verschillen in beleggingsallocatie

a. Percentage zakelijke waarden versus percentage vastrentende waarden

b. Percentage aandelen opkomende markten versus aandelen ontwikkelde markten

c. Allocatie naar alternatieve beleggingen

4. (Niet) op maat gemaakte uitvoering ESG-beleid

©2019 Milliman, Inc. All Rights Reserved. The materials in this document represent the opinion of the authors and are not representative of the views of Milliman, Inc. Milliman does not certify the information, nor does it guarantee the accuracy and completeness of such information. Use of such information is voluntary and should not be relied upon unless an independent review of its accuracy and completeness has been performed. Materials may not be reproduced without the express consent of Milliman.

Authors

Gekenmerkte onderwerpen