Kostenspiegel vermogensbeheer pensioenfondsen; een stap in de goede richting

  • Print
  • Connect
  • Email
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
Door Bert de Wolff, Robert van Beek, Rajish K. Sagoenie | 28 augustus 2015

De Nederlandse burgers zijn de laatste jaren geconfronteerd met allerlei onzekerheden rond hun geld, inkomen, vermogen en hun pensioen. De economie, bezuinigingen en andere maatregelen maken mensen onrustig en onzeker, omdat goed inzicht ontbreekt.

In het kader van verdere bevordering van het pensioenbewustzijn is per 1 juli de Wet Pensioencommunicatie van kracht worden, waarbij de verantwoordelijkheid bij de pensioenuitvoerders komt te liggen. De kosten van pensioenfondsen spelen daarin een zeer belangrijke rol. Recent (in mei) publiceerde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een onderzoek naar vermogensbeheerkosten van pensioenfondsen met het doel bevordering van het kostenbewustzijn en transparantie geven over deze kosten.

Al eerder, vier jaar geleden, publiceerde de AFM het rapport ‘Kosten pensioenfondsen verdienen meer aandacht’, waarin geconcludeerd werd dat de impact van kosten op het pensioenvermogen groot is. Met als duidelijke boodschap dat een structurele kostenverlaging van 0,1% op termijn, circa 3% hoger collectief pensioenvermogen oplevert bij een gelijkblijvend rendements- en risicoprofiel. Er is vervolgens het nodige hierover geschreven met meest recent de publicatie van het AFM-rapport ‘Vermogensbeheerkosten pensioenfondsen in beeld’.

Het voornaamste doel is dat pensioenfondsen de gegevens van dit rapport reflecteren aan hun eigen informatie. De zogenoemde kostenspiegel wordt met een indicatieve rekentool door middel van een stappenplan in het rapport beschreven. Met een focus op evaluatie en uitleg van het huidige beleid en de gehanteerde beleggingsmix. En ook zinvol als middel bij de beoordeling voor een gemaakte keuze voor een bepaalde externe manager en voor het besluitvormingsproces.

Wat betekent dit recent gepubliceerde AFM-rapport voor u als professional of bestuurder in de pensioenwereld in relatie tot de nieuwe Wet Pensioencommunicatie? En waarmee moet u zeker verder aan de slag?

Kostenrapportages van pensioenfondsen zijn vooruitgegaan, maar moeten nog beter

De AFM concludeert dat de kostenrapportages ten opzichte van een aantal jaren geleden aanzienlijk zijn verbeterd dankzij inspanningen van betrokken partijen zoals de pensioenfondsen zelf, hun vermogensbeheerders, de Pensioenfederatie, de Raad voor de Jaarverslaggeving en de aandacht voor DNB voor dit thema. Zo heeft de Raad voor de Jaarverslaggeving bepaald dat pensioenfondsen vanaf 1 januari 2015 hun vermogensbeheer- en transactiekosten in het jaarverslag nader moeten specificeren naar beleggingscategorie.

De kostenrapportages van pensioenfondsen zijn volgens genoemd rapport beter dan voorheen , maar moeten en kunnen nog beter. Zo komen volledige nul-rapportages van vermogensbeheerkosten steeds minder voor. Bovendien bouwen veel minder deelnemers hun pensioen op bij pensioenfondsen, waar de gerapporteerde totale kosten (inclusief administratiekosten) boven de 1,5% per jaar van het totaalvermogen uitkomen.

Echter, uit het eerder genoemde rapport van AFM blijkt dat de kwaliteit van de kostendata in de beleggingscategorieën vastgoed, private equity en hedgefondsen (nog steeds) ver onder de maat is. Zo zijn de kostenbijdragen van deze beleggingscategorieën tezamen circa 57% van de totale kosten van vermogensbeheer, terwijl ongeveer 17% van het totaal vermogen in deze categorieën blijkt te zijn belegd. Tevens blijkt uit hetzelfde rapport dat de grootste pensioenfondsen (belegd vermogen > € 10 miljard) de meeste kosten maken in private equity en hedgefondsen. Ruim 50% van hun kosten van vermogensbeheer (inclusief transactiekosten) is afkomstig vanuit deze beleggingsklassen, terwijl deze categorieën slechts 9,1% van de totaalportefeuille uitmaken. Onevenredig hoog dus naar onze mening!

Juist in deze beleggingscategorieën, die wij gemakshalve alternatieve beleggingen noemen, is er volgens het rapport van AFM ondanks de geboekte vooruitgang bij 15 van de 21 pensioenfondsen sprake van onvolledige of foutieve kostenrapportages. Wij vragen ons af in hoeverre de gehanteerde kostenspiegel van de AFM hierin uitkomst biedt, aangezien de kosten van deze categorie veelal prestatie gebonden zijn en dus pas achteraf kunnen worden vastgesteld. Het hierover afspreken van een adequate vaste vergoeding of het invoeren van een malus zou mogelijk uitkomst kunnen bieden.

De AFM heeft de kosten van vermogensbeheer in relatie gebracht met de werkelijke beleggingsverdeling van pensioenfondsen. Deze verdeling is immers een gevolg van het beleggingsbeleid, waarin risico en rendement samenkomen. Er is daarbij gekozen om de mediane kosten te presenteren in plaats van het gewogen gemiddelde, omdat de kostenniveaus tussen pensioenfondsen niet normaal verdeeld zijn.

De door AFM gerapporteerde mediane kosten (inclusief transactiekosten) van vermogensbeheer zijn 0,48%. In 2009 bedroegen deze kosten 0,19% (inclusief transactiekosten aangezien deze in 2009 gesaldeerd dienden te worden met het rendement), en in 2013 0,62% inclusief transactiekosten. De toegenomen aandacht voor deze kosten en een betere berichtgeving (doordat pensioenfondsen transparanter en vollediger zijn gaan rapporteren), verklaren deze verdrievoudiging van de gerapporteerde kosten ten opzichte van wat door de AFM werd verwacht in haar kostenpublicatie uit 2011.

Grote verschillen in kosten tussen beleggingscategorieën

De hoogte van de totale beleggingskosten wordt voor een groot deel bepaald door de samenstelling van de asset allocatie. Deze verdeling is een uitvloeisel van het beleggingsbeleid, waarin de afweging aangaande rendement en risico is meegenomen. De kostenniveaus van de meest gangbare en meer liquide beleggingscategorieën zoals aandelen en vastrentende waarden zijn over het algemeen lager dan de kosten van de alternatieve beleggingen.

Zo geeft het AFM-rapport aan dat beleggingen in private equity en hedgefondsen een ca. 15 keer hoger kostenniveau hebben dan vastrentende waarden (exclusief transactiekosten). Dit komt mede door het actieve(re) beheer en prestatie gebonden vergoedingen. Met name de prestatie gebonden vergoeding is het afgelopen jaar onderwerp van discussie geweest. Zo heeft bijvoorbeeld het zorgfonds PFZW tevergeefs geprobeerd om een malus af te spreken met de vermogensbeheerders en asset managers, die de mandaten uitvoerden.

Het zorgfonds PFZW bijvoorbeeld was in 2014 – zoals blijkt uit het jaarverslag - meer dan de helft van de vermogensbeheerkosten kwijt aan de beleggingscategorie private equity, die nog geen 6% van de portefeuille vormde. Daarnaast blijkt dat PFZW in 2014 een bedrag van € 284 mln aan bonussen betaalde aan private equity managers bij een rendement 12,4%, terwijl de benchmark het beter deed met een rendement van 13%. Een reden te meer om vooraf goede en duidelijke afspraken te maken rond de aangewezen benchmark.

Deze hoge kosten vallen volgens ons moeilijk uit te leggen aan de deelnemers. Tevens tast dit het vertrouwen van consumenten in de financiële markten aan als blijkt dat dit op grotere schaal en ook bij andere uitvoerders zo gebeurt. Misschien moeten pensioenfondsen juist meer samen optrekken om deze cultuur te doorbreken en kan de Pensioenfederatie daar een initiërende rol in spelen. Rendement, risico’s en kosten dienen altijd in de juiste proporties te zijn. Ook in tijden dat in de zoektocht naar rendement in andere of nieuwe beleggingscategorieën belegd wordt.

De AFM pleit verder in haar rapport voor periodieke gebruikmaking van meer geavanceerde kostenbenchmarks en om de kosten vervolgens ook aan de hand daarvan toe te lichten. Het is een belangrijke eerste stap dat de Pensioenfederatie thans de mogelijkheden verkent om te komen tot meer uniformering van bestaande benchmarksystematieken, kostendefinities en kostenuitleg.

Beperkingen rapport AFM

Het is van belang dat pensioenfondsbestuurders, hun adviseurs en belanghebbenden de data van het rapport spiegelen aan de gegevens van het eigen pensioenfonds. Desalniettemin dienen deze data genuanceerd te worden beoordeeld, aangezien maar twee jaargangen van gedetailleerde kostendata zijn gebruikt. Hierdoor is deze tijdshorizon beperkt om een goed beeld te krijgen en is de juistheid van de data niet gevalideerd. Soms zijn er kosten vergeten of zijn deze geplaatst in andere beleggingscategorieën.

Een belangrijke beperking naar onze mening is het feit dat in de dataset en in het rapport geen rekening gehouden is met een verschil in kostenniveau door actief of passief beleggen. Daarmee kan de toegevoegde waarde van een actieve (externe) manager niet goed genoeg worden bepaald in relatie tot de kosten.

Het is naar onze mening belangrijk dat bij de communicatie met deelnemers met deze beperkingen voldoende rekening wordt gehouden.

Conclusies

In de afgelopen vier jaar is de transparantie met betrekking tot de kosten van pensioenfondsen sterk verbeterd en is er sprake van verdere detaillering, wat tot beter inzicht heeft geleid. Echter, om een gezond pensioenbewustzijn bij de deelnemers te creëren, is een goede communicatie juist nu, na alles wat er gebeurd is, van groot belang. De Wet Pensioencommunicatie moet ervoor zorgen dat deelnemers aan een pensioenregeling beter op de hoogte zijn. Het rapport ‘Vermogensbeheerkosten pensioenfondsen in beeld’ van de AFM levert hierin een eerste aanzet, maar vormt vooralsnog niet meer dan een bespiegeling. Voor een echt goed gedetailleerd en pensioenfonds specifiek beeld, dient nog het nodige door het individuele pensioenfonds en de managers en vermogensbeheerders te gebeuren. Het is meer dan ooit het moment om tot actie over te gaan en te zorgen voor een zorgvuldige communicatie.

De aandacht voor vermogensbeheerkosten zal wederom naar verwachting toenemen. Echter, de kosten voor alternatieve beleggingen blijken volgens de AFM onvolledig of niet juist weergegeven. Wij zijn van mening dat met bundeling van krachten en kennis, maar ook door uniformering van de bestaande benchmarksystemen, kosten definities en kostenuitleg meer winst te behalen is. Wij kunnen daarbij ook vanuit herkenbaarheid aan transparantie over kostenstructuur en beloningssystematiek winnen en het vertrouwen van onze deelnemers versterken. Vooral in een tijd waar er ook door de overheid meer financiële verantwoordelijkheid bij de burgers neergelegd wordt, is dit onontbeerlijk.

Bert de Wolff: Owner AMeye Consult, bureau voor investment consultancy en vermogensplanning. www.ameye.nl

Rajish Sagoenie: Principal & Managing Director Milliman. Milliman is één van de grootste adviesbureaus ter wereld op het gebied van actuariële en gerelateerde producten en diensten. Het brede klantenbestand van Milliman bestaat uit bedrijven, financiële instellingen (waaronder pensioenfondsen), overheidsinstanties, vakbonden, onderwijsinstellingen en non-profit organisaties. www.Milliman.nl

Robert van Beek: Founder/Director van About Life & Finance. Als consultant, auteur en financial planner helpt Robert consumenten en instellingen om betere geld- en beleggingsbeslissingen te nemen en betere beleggers te worden. Meer informatie op www.robertvanbeek.eu en www.onepagefinancialplan.eu

Authors

Gekenmerkte onderwerpen